Margerite Luitwieler

 

beeldende kunst - poëzie - tentoonstellingen - cv - docent

 

***

Verwacht:

de Poëziekrant, november, recensie over Op hoge hakken de trap op rennend.

***


 

 


 

 
 

 

Verder kunnen kijken
dan dichtbij, dan een meter
buiten het raam
verder dan een rand
van een bouwsel
van beton of eigentijdse steen
vérder

over een sloot heen
of met een sloot mee
in de diepte kunnen zien van land
waar even niet
de borden te koop
en te huur
staan te lokken

en bomen braaf op een rijtje
langs het spoor geplant
hun ritme staan te verliezen
met hun houding
onthand
zoals de mensen op het perron
alleen maar lopen
te wachten

waar laat je je handen?

maar in de trein
zie ik verderop opeens

vérder
dan de sloot

en koeien die hun eigen plek
bepalen
geen hond die daar
blijkbaar
moeilijk over doet
hier is een stuk waar je
je adem kunt halen

 

*

 

Voordat ik vertrok
gaf ik hem een hand en hij zei mij
zijn naam
die ik meteen weer vergat.

De kracht in zijn hand
was gelijk aan die in de mijne
ik verwachtte méér
of minder
maar er viel niets te meten.

 Ik stond buiten
en zijn handdruk
drong door

tot in m'n kuiten.

 

*


Ik heb ze lief,
de plekken waar het tocht
wanneer je er de bocht
omgaat.
Geef mij maar de achterkant
van huizen en gebieden
waar elke groene spriet
omringd door scheve stenen
de droge grond uitschiet.
Het onbedoeld gemaakt gebied

 


*
 

Je streelde
de haren
uit m'n gezicht
m'n wangen werden
als van een kind
en van een vrouw
ik was niet meer
alleen je moeder
maar ook een kind
van jou.
 

*


Hij kijkt nooit om.
Dat vind ik zo mooi aan hem.
Behalve wanneer ik nog
voor het raam sta
om naar hem te zwaaien.


*